
4. We halen die materialen op de wereldmarkt. De prijs daarvan is lager dan de maatschappelijke kosten voor de verwerving.
De industrialisatie heeft behalve tot een keuze voor nieuw geproduceerde materialen ook geleid tot een globale keten van ontginning, productie en afval. Mede door de zoektocht naar kostenoptimalisatie (minimale kosten/maximale economische winst) is in het westen de herkomst van grondstoffen en producten steeds verder van de plek van consumptie af komen te liggen. Dit heeft geleid tot een enorme groei aan mobiliteit van personen en goederen en het vervuilen van wingewesten. Maar ook tot het verdwijnen van ambachten en bewustzijn van herkomst van goederen. Dit geldt voor onze bouwmaterialen maar ook voor producten en voedsel. Bij producten heeft dit systeem tot een hele hoge omloopsnelheid geleid en daarmee een bizarre stroom afval en slechte onrepareerbare spullen. De globalisering van ons voedselsysteem heeft naast veel transport en sociale/milieuschade geleid tot, weliswaar jaarrond beschikbare, lage kwaliteit voeding. De disconnectie tussen de seizoenen en de lage voedingswaarde leidt bovendien tot een ongezond metabolisme en een hele serie ‘welvaartsziekten’..
Door het aan mobiliteit en monocultuur opgegeven oppervlak in te richten voor lokale productie ontstaat een gezondere, groenere en klimaatadaptieve leefomgeving met een grotere biodiversiteit. De ermee gepaard gaande arbeid kan worden ingevuld door bij zorg vrijkomende inspanningen maar vraagt ook meer lokale samenwerking. Gebouwen worden meer ingericht op een lokale functie en bieden collectieve voorzieningen om lokale verwaarding mogelijk te maken. Vanwege de klimatologische en geografische verschillen tussen steden zullen op een groter schaalniveau in groeiende mate uitwisseling tussen steden in de regio plaatsvinden. Hierdoor is grootschalige import niet langer noodzakelijk. Voor speciale gelegenheden kan onze behoefte worden aangevuld met ingrediënten van exotischer herkomst. Voor materialen die we in de bouw toepassen geldt hetzelfde waarbij de productie van voedsel en bouwmaterialen samen kunnen gaan en materiaal hubs de lokale kringloop en onderhoud van gebouwen mogelijk maken. Ook voor producten zou het systeem omgevormd kunnen worden door het faciliteren van delen/repareren/uitwisselen. De levensduur en kwaliteit van producten wordt verhoogd. Dit alles leidt tot een aanzienlijke reductie van vervuilende vervoersbewegingen met kostbare en energieslurpende machines waarvoor bij de productie ook weer schaarse grondstoffen benodigd zijn.