5. De arbeidskosten die nodig zijn om een regeneratief ontwerp te realiseren, zijn door de huidige belastingverdeling te hoog.
Uit de praktijk blijkt dat circulair bouwen moeite heeft om concurrerend te zijn met de traditionele bouw. Dat heeft te maken met technische, juridische maar zeker ook met fiscale barrières.
Dat komt ten eerste omdat de bouwsector zeer arbeidsintensief is. Het grootste deel van een bouwproject bestaat uit loonkosten. Circulair bouwen is nog arbeidsintensiever, met name omdat secundaire bouwmaterialen weer gereed gemaakt moeten worden voor een ‘tweede leven’, zodat ze weer hoogwaardig toegepast kunnen worden. Circulaire bouwmaterialen moeten zien te concurreren met lineaire bouwmaterialen. Dat is onmogelijk vanwege de cost efficiency, schaalvoordeel en lagere loonkosten-component in de lineaire economie. Er is simpelweg gezegd geen level playing field.
De bouwsector is niet alleen arbeidsintensief en grondstof intensief, er komt ook veel CO2 vrij bij de productie van nieuwe bouwmaterialen. De keten van grondstof naar gebouw is lang en vervuilend. Reductie van CO2-emissie is een belangrijke bouwsteen in de klimaatdoelen. In de bouw zijn de zogenaamde ‘grijze’ kosten (zoals bijvoorbeeld CO2-uitstoot en andere vormen van vervuiling) niet opgenomen in de prijs van bouwmaterialen. Die bouwmaterialen zijn veelal gemaakt van nieuwe grondstoffen, waarbij in ontginning, productie en transport veel CO2-emissies hebben plaatsgevonden Deze producten zijn daarom feitelijk te goedkoop
Door de relatief hoge belasting op arbeid te verschuiven naar grondstoffen en energie ontstaat er een heel ander evenwicht tussen beide eenheden. Het wordt voordelig om gebouwen te veranderen van functie en reparaties uit te voeren ten opzichte van sloop en nieuwbouw. Ook worden wijzigingen in het realisatieproces die verder gebruik van grondstoffen besparen rendabel. Niet alleen de bouwbedrijven maar ook adviseurs en architecten krijgen een impuls om te streven naar kwaliteit in plaats van kwantiteit.
