
2. We vinden de vorm van het ontwerp zo belangrijk, dat we onnodig veel techniek nodig hebben om het te corrigeren op comfort.
De huidige architectuur komt momenteel grotendeels tot stand vanuit een vormconcept en wordt daar ook in eerste instantie op beoordeeld. De technische maakbaarheid, regels en normen worden vervolgens zo ver mogelijk opgerekt of omgebogen om deze vorm te kunnen realiseren. Klimatisering wordt op de vorm afgestemd om de gekozen vorm aan onze comforteisen te laten voldoen. Het geheel wordt vervolgens zo onzichtbaar mogelijk voorzien van apparaten om extra comfort toe te voegen. Dit geheel wordt met grote hoeveelheden (vaak nog fossiele) energie en minimaal beheer operationeel gemaakt.
Quote: ‘Een modern gebouw moet direct aan de hart/long machine bij oplevering’ (BIG)
Als alternatief zouden gebouwen primair georiënteerd op de klimatologische omstandigheden van de bouwlocatie de belangrijkste stap zijn in het verlagen of zelfs voorkomen van extern energie gebruik. Het gebouw wordt zelf een klimaatinstallatie die – in directe uitwisseling met het lokale klimaat en omliggende natuur – het binnenklimaat regelt.
Hoe het gebouw wordt gebruikt, wordt afgestemd op de logica van de microklimaten in en om het gebouw. Zo hoeven zones met lichamelijke activiteit of opslag een minder stabiel klimaat te kennen dan verblijfsfuncties. Samen met het strategisch bufferen van warmte/koelte vermindert dit ook de behoefte aan isolatie. Het programma en structuur van het gebouw zou verder duurzaam gedrag kunnen vereenvoudigen waardoor ook in de gebruiksfase de benodigde energie en grondstoffen worden gereduceerd.
Directe zoninstraling wordt gebruikt om het opwarmen van het gebouw of het koelen en ventileren te regelen. Op enkele onderdelen kan lichte en slimme technologie worden toegevoegd die met minimale liefst lokaal opgewekte energie kan worden gevoed.
Een andere term voor deze manier van ontwerpen wordt ook wel biotecture genoemd.